REISVERSLAG

Ararat: Een berg vol verhalen

WELMOED UBELS

Zoveel meer dan een beklimming

Een warme wind komt aanwaaien over de dorre vlaktes rondom Van Airport, alsof iemand een enorme föhn heeft aangezet. Hij jaagt stofwolken over de grote plaat asfalt en speelt met de haren van de groep Nederlanders die zojuist is geland in het uiterste Oosten van Turkije. Twaalf klimmers die onder leiding van International Mountain Leader Joanne Wissink onderweg zijn naar het dak van Turkije: de top van de 5137 meter hoge Ararat. Met een kriebel in mijn buik loop ik naar de aankomsthal terwijl mijn ogen over de rest van het gezelschap glijden. Onder hen zijn een vader met zijn dochter, een kleine vriendengroep, twee broers en een aantal die alleen hebben geboekt. Vreemden, die al snel vrienden zullen worden.

VAN LAKE

Het hotel waar we de eerste nacht verblijven ligt pal aan het meer van Van. Het water is een glinsterende uitspatting van groen en blauw, in een wereld die gedomineerd wordt door goudgele heuvels. Aan de overkant van het meer schemeren de contouren van hoge bergen. Een belofte van avontuur, die zich niet laat vangen door een lens.

Voordat we naar Doğubayazit vertrekken, de uitvalsbasis voor expedities naar de Ararat, maken we eerst nog een uitstapje naar Akdamar Isluch. De Armeens-orthodoxe kerk die we bezoeken is het enige bouwwerk op het onbewoonde eiland, met muren die rondom versierd zijn met Bijbelse taferelen. In 2007 werd de toeristische trekpleister door Turkije heropend als ‘museum.’ Dit tot grote woede van de Armeense bevolking, voor wie de kerk nog steeds grote religieuze waarde heeft. Ook medewerkster Elena, die ons rondleidt, mompelt afkeurend over de enorme Turkse vlag naast de kerk, die continu schaduwen werpt over het eiland. Alhoewel het de laatste jaren rustig is in het gebied, blijft het conflict voelbaar. Een stille strijd die voortwoekert in de bewoners van het land.

Na een korte dip in het meer – dat zó zout is dat het een glibberig laagje achterlaat op je huid – stappen we weer in het busje dat ons over verlaten snelwegen naar Doğubayazit brengt. Hoe dieper we het binnenland inrijden, hoe bergachtiger het wordt. We passeren een jonge jongen die een stel bruine koeien voortdrijft. Hun schonkige lichamen bewegen loom in de zinderende hitte. Erachter doemt een grote muur op, getooid met vele rollen prikkeldraad: de grens met Iran. Ik probeer een glimp op te vangen van het land achter de muur en zie bergen, leegte. Uitnodigende groene valleien in een verscheurd land.

Dan doemt de Ararat plotseling op aan de horizon. Groot en donker, met zwarte flanken en een verijsde top die zich in grote opbollende wolken hult. Zijn aanblik jaagt een collectieve rilling door de bus en er valt een opgewonden stilte. Daar gaan we naar boven, nu wordt het echt!

Acclimatiseren op Mount Zor

De stoffige straten van Doğubayazit bruisen al van het leven als Joanne en ik de volgende ochtend in de bestelwagen van lokale berggids Davud stappen. De vering van de geblutste wagen lijkt het in 1995 al opgegeven te hebben en al snel komen we erachter waarom, als we van de grote weg afdraaien en vol gas over een keienweg stuiteren. Snelheidsbeperkingen zijn hier optioneel en strepen zijn blijkbaar voor de sier. Davud rijdt zoals hij daar zijn in heeft, met Koerdische muziek uit de speakers en een grote grijns op zijn gezicht.

Na zo’n twintig minuten door elkaar te zijn geschud stopt onze kleine karavaan bij een boerderij aan de voet van Mount Zor, waar we een acclimatisatiewandeling gaan maken. Gelukkig lijkt Davud’s gidsstijl in niets op zijn rijgedrag en even later slingeren we gestaag naar boven over de geurende bergflank. Wilde munt, tijm, kamille en salie; de hele helling lijkt begroeid met kruiden en Davud propt zijn zakken onderweg goed vol. ‘Voor de soep, en thee!’ roept hij vrolijk met zijn vuist vol verse munt.
‘Kijk, kijk!’ wenkt hij even later terwijl hij met een stok in een graspol prikt. Drie jonge slangen glibberen schichtig weg tussen de voeten van onze groep en Joanne stapt vlug opzij om ze ruimte te geven. ‘Zijn ze giftig?’ vraagt ze met een blik op Davud. ‘Ja, heel erg!’ antwoordt hij enthousiast, waarna hij verbaasd toekijkt hoe de groep uit elkaar stuift.

Koerdische gastvrijheid

Als we in de middag weer terugkomen bij de boerderij waar de auto’s staan worden we naar binnen gewenkt door een jong meisje. Met handen en voeten maakt ze ons duidelijk dat we onze schoenen uit moeten doen en plaats moeten nemen op de grond in de vierkante woonkamer, waar haar moeder thee heeft klaarstaan. De bittere vloeistof wordt hier gedronken met veel suiker, en de man des huizes laat zien hoe je dat het beste doet. In plaats van de suiker in de thee te doen, moet je een suikerklontje tussen je tanden nemen en daar doorheen drinken, legt hij uit. ‘Kijk maar!’ Tijdens zijn demonstratie valt mijn oog op zijn bruine tanden, en het valt me op dat hij bij elke slok een nieuw suikerklontje pakt. Ik verdiep me graag in nieuwe culturen, maar deze traditie sla ik toch maar even over.

Kamp 1

De volgende dag worden we met busjes naar het startpunt van de expeditie gebracht, waar onze duffels worden overgeladen op paarden. Terwijl de dieren in kuddes uitzwermen over de berg gaan we zelf te voet verder naar kamp 1, dat zich op zo’n 3400 meter hoogte bevindt en aanvoelt als een soort minidorpje van koepeltenten. Diep onder ons strekken de valleien van Oost-Turkije zich uit. Glooiend, goudgeel en verlaten op slechts enkele kleine huisjes na. Hier en daar werpen kuddes geiten stofwolken op. Kleine tekens van leven, in de schaduw van de berg.

De messtent is een baken van gezelligheid in deze verder onherbergzame wereld. Elk moment van de dag staan er hete thee en snacks klaar, terwijl de kampkok al druk bezig is met het avondeten. Ondanks de hoogte gaat het eten er goed in, tot opluchting van Joanne, die in de gaten moet houden of we symptomen van hoogteziekte ontwikkelen. Elke avond laat ze een soort knijper rondgaan die je op je vinger moet zetten, waarna hij meet hoeveel zuurstof er in je bloed zit. Keldert je zuurstofgehalte te veel door de hoogte? Dan zit er maar één ding op: afdalen.

Kamp 2

Twee nachten en een acclimatiesatiewandeling later vertrekken we naar kamp 2, dat zich zo’n duizend meter onder de top bevindt. Kleine groene tentjes klampen zich vast aan de rotsen en klapperen heftig in een ijzige wind. Alles is bedekt in een klein laagje rijp en de paarden snellen zich weer naar beneden zodra ze ontdaan zijn van hun bepakking. Dit is geen plek voor levende wezens, dat proberen ook onze lichamen ons te vertellen. Twee leden van de groep dalen direct weer af vanwege hoogteziekteverschijnselen. De rest trekt zich terug in de messtent of kruipt alvast in bed, vastbesloten om wat slaap te pakken voordat de wekker vannacht om half 1 afgaat. Zelf dool ik wat rond op deze bijzondere plek. De laaglanden verstoppen zich hardnekkig in een stoffige nevel en wolken ontnemen het zicht op de rest van de berg. Het voelt alsof we zijn aangekomen aan het einde van de wereld. Een minuscule samenleving in een vijandig maanlandschap.

Toppoging

De wind rukt nog steeds aan mijn tentje als net na middernacht mijn wekker gaat. De kou bijt in mijn wangen als we ons klaarmaken voor onze toppoging en mijn vingers weigeren dienst als ik loop te klungelen met mijn schoenveters. Hoofdlampjes worden aangeklikt en al snel beginnen we met klimmen. De komende uren is onze hele wereld gecomprimeerd tot dat kleine plasje licht. Het enige wat telt onze ademhaling, onze voetstappen, en deze donkere reus die ons eigenhandig naar beneden lijkt te willen blazen. Urenlang navigeren we door zwarte rotspartijen, onder een deken van sterren die net zo hard fonkelt als de rijp onder onze voeten. Alles lijkt te glinsteren in deze koude nacht. De hemel, de berg en de ogen van deze kleine groep Nederlanders die probeert hem te bedwingen.

Dan bereiken we de gletsjer en is het tijd om onze stijgijzers aan te doen. Vanwege het gebrek aan gletsjerspleten is het niet nodig om in een touwgroep te lopen, maar dat betekent niet dat het terrein vanaf nu makkelijker wordt. De wind is nog heviger geworden en speelt gemene spelletjes met mijn evenwicht. Hij dringt door mijn kleding, gooit me om, totdat ik happend naar adem denk dat ik niet meer verder kan.

Maar dan verschijnt Davud naast me met zijn eeuwige grijns. ‘Klein stukje nog!’ roept hij vrolijk, terwijl hij langzaam maar gestaag doorstapt over het ijs. Ik stap in zijn voetsporen, van deze man die al sinds zijn twaalfde ronddoolt op deze mythische berg, tot de aarde plotseling wegvalt, en er geen hoger meer is.

ARARAT BEKLIMMING

In de zomer van 2025 ging schrijver Welmoed Ubels mee met de Ararat-reis van Mountain Beat. Deze tocht wordt begeleid door International Mountain Leader Joanne Wissink, in samenwerking met Mountain Beat. Zij leidt je stap voor stap door dit bijzondere gebied, met aandacht voor hoogte, veiligheid en de verhalen die achter het landschap schuilgaan.

Bekijk de reis hier!

Bergen beleef je samen. Deel dit artikel met je klimmaat of wandelvriend!

Welmoed UBELS

Welmoed Ubels is freelance schrijver en journalist met een voorliefde voor bergen, buiten zijn en langzame reizen, en schrijft regelmatig voor Bergen Magazine. In haar reportages zoekt ze naar de persoonlijke laag achter het avontuur, de mensen, de sfeer en de kleine details, terwijl ze zelf traint voor haar IML-opleiding.

LEES VERDER